Facebook exit

Leave a comment
Persoonlijk

In 1989 kocht ik mijn eerste computer, een Apple Macintosh II cx. Die was toen net op de markt en state-of-the-art als je computer aided graphic design wou bedrijven. Met een demo-model laserprinter (een GCC, niet eentje van Apple, maar zeker zo goed) en een in de VS verkregen licentie voor QuarkXPress kon ik in mijn eentje doen waarvoor eerder een trits aan bedrijven en mannetjes nodig waren. Dat kostte me toen negentienduizend guldens (die ik natuurlijk niet had, maar banken wouden toen nog wel jonge mensen faciliteren als ze rare plannen hadden).

Niet lang daarna deed ik mijn eerste stappen op wat al wel digitaal was, maar nog geen snelweg: met een modem inloggen bij forums voor computerfreaks en dtp-ers, waar de door schade en schande opgedane kennis uit altruïsme gedeeld werd. Die eerste modem ‘deed’ 14400 baud en kostte ruim vijftienhonderd gulden, om maar even aan te geven dat Moore’s Law ook op het gebied van telecommunicatie veel betekend heeft.

Modems werden sneller en goedkoper, van een simpele telefoonlijn stapte ik over naar ISDN en toen ADSL. Het Internet deed zijn intrede. Inmiddels heeft iedereen dat en surft zich suf.

In veel opzichten is het Internet een verrijking voor onze wereld. Nieuws wordt vrijwel instant verspreid, contact houden met anderen een sinecure, waanzinnig veel kennis is onder toetsenbereik, en zo meer.

Maar er zijn natuurlijk ook minder prettige aspecten. Die vaak te doen hebben met privacy en data verzamelen om daar geld mee te verdienen.

Facebook mag ontstaan zijn uit een filosofie van ‘de wereld verbeteren’, maar is inmiddels verworden tot een medium en bedrijf dat erop uit is om verworven kennis over de gebruikers te exploiteren. Iets wat tot op zekere hoogte te voorspellen was (de menselijke aard die onverbeterlijk is), maar wel tot hoogst onwenselijke bijeffecten geleid heeft.

Ik heb nooit een ‘echt’ Facebook-account gehad. Onder een pseudoniem kon ik een paar mensen volgen en met anderen mijn interesse in houtbewerking delen. Toch heb ik dat min-of-meer uitgeklede account vorige week opgezegd. Niet omdat Facebook zoveel over mij te weten was gekomen (ik heb dat gecheckt), maar omdat ik niets te maken wil hebben met een bedrijf dat kwaad doet.

Facebook is evil, zoals het nu is. Wat ook meespeelde is dat het bedrijf anderhalf miljard account buiten de VS overbrengt naar servers in de VS, om met name onder de nieuwe privacyregels van de Europese Unie uit te komen. Privacyregels die er zijn gekomen om de gebruikers te beschermen, niet om bedrijven als Facebook te faciliteren, zoals in de VS onder Potus45 gebeurt.

Dus: dag Facebook!

Terschelling

Leave a comment
Persoonlijk

Dit weekend op Terschelling geweest. De eerste keer. Dankzij Ingeborg en Symone, die vrijdag trouwden in Harlingen en een driemaster hadden afgehuurd voor familie en vrienden, waarmee — helaas niet onder zeil, maar wel bij windkracht 9 — het gezelschap naar Terschelling voer, en daar een dag bleef.

Leuke plek, vond ik. De mensen op de boot waren trouwens ook erg leuk.

Droger dan koud

Leave a comment
Persoonlijk

Het is koud. Gisteren was zelfs de koudste 28-ste februari sinds tijden. Mijn goedkope en wellicht niet erg betrouwbare luchtvochtigheidsmeter geeft aan dat de luchtvochtigheid rond, of zelfs onder (kan dat?) de nul procent is. Ik heb geen schoenen met leren zolen & krijg dus telkens een stroomschok als ik iets aanraak.

Geeft niet — ik vind kou niet erg en die schokjes vallen mee. Vervelender is dat ik door die droge lucht bloedneuzen heb. Niet doorlopend, maar gewoon ’s ochtends na het opstaan.

Misschien moet ik weer een luchtbevochtiger kopen. Maar dat zijn behoorlijk lelijke apparaten, dus…

Van het kastje…

Leave a comment
Persoonlijk

Ik ga het simpelweg chronologisch doen — en ter informatie: het gaat om een tussentijdse controle van een dagelijkse medicatie. En die pillen zijn bijna op.

Ruim voor de pillen op zijn (noem het voorgevoel, of argwaan), haal ik op dinsdag een laboratoriumformulier op bij de assistentes van mijn huisarts. Ik heb nog tien pillen.

Woensdagochtend ga ik naar de prikpost in het ziekenhuis. Daar zitten zeker twintig mensen in de wacht. Ik gooi mijn volgnummer weg en loop naar huis. Daar pak ik de fiets en rij naar een andere prikpost, waar ik de enige in de wachtkamer blijk te zijn en snel van een buisje bloed ontdaan word. De prikmevrouw verzekert me dat de uitslag zeker op donderdag bij mijn huisarts zal zijn. Thuisgekomen slik een pil; ik heb er nu nog negen.

Donderdagmiddag bel ik de praktijk van mijn huisarts. Ik sla het keuzemenu over, waarna ik nog bijna tien minuten in de wacht sta. De uitslag is nog niet binnen. Ik moet “morgen weer bellen”. In de ochtend heb ik een pil genomen; ik heb er nog acht.

Vrijdag, eind van de ochtend — ik heb een pil genomen, heb er nog zeven — bel ik. Ik sla het keuzemenu over, waarna ik iets minder dan vijf minuten in de wacht sta. De uitslag is nog niet binnen, wat de assistente best wel vreemd vindt. Men gaat er achteraan. Als ik maandag weer bel…

De volgende maandag bel ik weer (ik sla het keuzemenu over en hoef minder dan vijf minuten te wachten); de uitslag is gevonden! In principe kan ik het recept, ongewijzigd ten opzichte van de huidige dosering, op dinsdag ophalen in mijn apotheek. Tenzij de arts er iets anders van vindt, maar dat krijg ik dan tijdig te horen. Op zaterdag, zondag en maandag heb ik elke ochtend een pil geslikt; ik heb er nog vier.

Dinsdags heb ik niets gehoord van de huisarts, dus ik loop naar de apotheek, die zich in de hal van het ziekenhuis bevindt. Voor de ingang van het ziekenhuis staan mensen in de rookvrije zone te roken.
In de apotheek trek ik een volgnummer en wacht op mijn beurt, Na een kwartier ben ik aan de beurt. De apothekersassistente vraagt me twee maal naar mijn geboortedatum. Ze vindt in ‘het systeem’ geen recept, dus ik vertrek zonder pillen. In de hal van het ziekenhuis bel ik de praktijk van mijn huisarts. Ik sla het keuzemenu over en na minder dan één minuut (!) heb ik een assistente aan de lijn. Het is natuurlijk vervelend dat het recept niet aangekomen is. Wat blijkt: het is naar mijn vorige apotheek gestuurd. Beetje dom, vind ik, want ik ben al een jaar geleden overgestapt. Men zal het recept doorgeven en ik kan — zeker weten — op woensdag mijn pillen ophalen. Ik hoop het, want ik heb inmiddels nog maar drie pillen over.

Op woensdag (het aantal pillen is nu twee…) loop ik begin van de middag naar de apotheek in de hal van het ziekenhuis. Voor de ingang staan geen mensen te roken; het motregent. In de apotheek ben ik vlot aan de beurt, binnen tien minuten. Ik heb de Plus van december vorig jaar nog niet uit. De assistente vraagt me twee keer naar mijn geboortedatum. Het is een andere dan de vorige keren; logisch dat ze mijn verjaardag niet weet. Het recept staat niet in ‘het systeem’. Blijkbaar gaat het electronisch doorgeven ervan bij sommige artsenpraktijken niet altijd goed. Die conclusie kan ik delen. De assistente wijst me erop dat men ook middels fax een recept kan sturen. Fijn om te weten.
Nog in de hal van het ziekenhuis bel ik de praktijk van mijn huisarts. Wegens lunchpauze is er niemand die de telefoon kan beantwoorden. Ik word een beetje boos. Daar kan de lunchpauze niets aan doen, ik weet het, maar toch…
Thuisgekomen (het motregent nog steeds) stuur ik een bitse e-mail naar de praktijk van mijn huisarts.
Ik krijg een automatische responsmail waarin staat dat ik binnen drie werkdagen antwoord mag verwachten. En zie dat ik mijn geboortedatum verkeerd doorgegeven heb. Ik forward mijn eerdere mail met een correctie.

Donderdag (vandaag dus) ben ik vroeg wakker. Ik slik de laatste pil en check daarna mijn mail. Er is geen antwoordmail. Ik dub geruime tijd of ik wel of niet zal bellen. Uiteindelijk bel ik eind van de ochtend. Ik sla het keuzemenu over en heb binnen twee minuten een assistente aan de lijn. Het recept is woensdagmiddag per fax verstuurd. Naar de juiste apotheek (jazeker!) en een collega heeft er dezelfde ochtend nog achteraan gebeld. De fax is overgekomen. Dat geeft hoop.
Begin van de middag loop ik naar de apotheek in de hal van het ziekenhuis. Ik trek een nummer en hoef niet lang te wachten — een minuut of vijf. De Plus zie ik niet liggen. Aan de balie ga ik voor de verandering maar eens zitten. Ik krijg mijn boodschappentas aangereikt door een attente dame, had hem vergeten — er zit een zaagblad in dat geslepen moet worden. Het recept is er, in de vorm van een print op papier (een fax!). Een doosje met mijn pillen verschijnt als bij toverslag. Ik kan het bijna niet geloven. Om het er nog even in te wrijven dat dit wonder niet vanzelfsprekend is, duurt het dan nog geruime tijd voordat de assistente het wisselgeld bij elkaar gesprokkeld heeft.

Maar wat geeft het: ik heb mijn pillen (negentig!) en een vervolgrecept voor het komende jaar.