Real or Fake (US-version)

Als het een blokje van drie vijven — 555 — bevat, dan heeft u te maken met een fictief telefoonnummer. Of het nu gaat om een tekst op een billboard, een telefoonnummer in een advertentie of op een bedrijfswagen, een nummer dat doorgegeven wordt door een collega van de protagonist, en zo voorts, het is géén echt telefoonnummer.

Schijnbaar heeft men in de Amerikaanse film– en tv-industrie ooit, waarschijnlijk na een hoop gedoe, afgesproken geen echte telefoonnummers te gebruiken, maar uitsluitend nog telefoonnummers met 555 erin (— wat doet bevroeden dat die niet in gebruik zijn).

De reden is natuurlijk dan mensen dan niet zomaar telefoontjes krijgen. Wat te veel realiteit is, natuurlijk.

Voor zover ik weet doet men zoiets niet in ons land. Ik vermoed dat in Nederlandse films en series weergegeven telefoonnummers juíst echt zijn & dan met name toebehoren aan personen of instanties waar de mensen die de film of serie maken een hekel aan hebben.

En dat is dan wel echt echt.

Scherp

Omdat het altijd beter en mooier kan, moet iedereen eraan geloven: High Definition, 4K — je moet een ultrascherp beeld op je tv, dus een nieuw toestel.

Wel raar dat het nu ‘hip’ is om met een beperkte scherptediepte te filmen. Dat doen ze bij tv en film. Zit je dus naar een superscherpe neus te kijken (waarvan de make-up de ergste ellende verbloemd heeft) en de x miljoen andere pixels van je dure toestel worden gebruikt om een vage, onscherpe omgeving weer te geven.

Ik snap het trouwens wel. Er moet wat te raden overblijven. Dat werkte al in de tijd dat een beeldscherm 720 x 576 pixels had (bij ons in Europa dus, we waren technisch beter dan de rest — toen wel). Op de een of ander manier had dat analoge beeld meer dan genoeg resolutie om volkomen geloofwaardige beelden te vertonen.

Meer is niet altijd beter.

Frauke Petry

Omdat de verkiezingen voor de Bundestag in Duitsland veelal belangrijker zijn voor het welvaren van ons landje (ook wel eens aangemerkt als het Bundesland dat niet mee mag stemmen) dan de landseigene, volg ik die meestal op de voet. Nu minder nauwgezet, maar toch: ik heb wel een idee waar het over gaat. Dit ter introductie.

Frauke Petry, een van de voorlieden van AfD (Alternative für Deutschland — een goede reden om alle afdelingen van bedrijven enz. per direct te herbenoemen tot departement), heeft op de feestelijke bijeenkomst van haar partij waar de eclatante verkiezingsresultaten met bier en bralpraat overgoten werden, te kennen gegeven dat zij haar plaats in de Bundestag gaat innemen als onafhankelijk lid. Met andere woorden: zij verlaat de AfD.

Dat hakte erin. Zowel bij haar (ex-)partijgenoten als bij politiek-volgende Duitsers en buitenstaanders. Dat er conflicten waren tussen haar en de partijleiding was bekend, maar dat het zover zou komen?

Maar Petry is slim, die heeft dit niet zonder reden gedaan. Dat zij op persoonlijke titel rechtstreeks in de Bundestag verkozen is geeft haar een sterke uitgangspositie. Ik denk dat dit ook andere toekomstige Bundestagleden van de AfD aan het denken gaat zetten. Het lijkt mij dan ook niet onwaarschijnlijk dat de éénvrouwsfractie ‘Petry’ binnen afzienbare tijd in aantal zal toenemen. Door een absoluut inhoudelijke koers te varen en zich ver te houden van de racistische en semi-fascistiche denkbeelden die de AfD bezoedelen en weinig ‘Salonfähig’ maken, kan Petry een serieuze bijdrage aan het politieke discours in Duitsland leveren en zo een aantrekkelijk én echt alternatief voor de Duitse burgers in het middenveld vormen.

En als aardige bijkomstigheid kan Frauke Petry ook een lange neus maken naar de intriganten in de AfD-top die haar opzij hebben proberen te schuiven. Zoete wraak heet dat (en om nog een cliché te gebruiken: bij voorkeur koud opgediend).

(Ik heb natuurlijk graag gelijk & zal niet aarzelen om als dat zo blijkt te zijn, naar deze blogpost te verwijzen. Door mij op maandag 25 september 2017 even voor 13 uur geplaatst.)

Onderhoud

Twee dingen: Na het verhuizen van deze site naar een andere server bleek aan aantal links niet meer te werken. Daar kwam ik pas onlangs achter. Gisteren heb ik het probleem hopelijk opgelost (voor de insiders: de permalinks gewijzigd in de instellingen).

Verder: het lekt. Dat deed het eerder ook al, maar heel plaatselijk. Nu is het vrij erg aan het worden en staan er twee emmers in mijn leefruimte druppels op te vangen. Slachtoffer van de lekkage is ook een deel van het archief van Miep. De vochtschade lijkt mee te vallen. De doosjes drogen inmiddels en de inhoud zal op korte termijn na inspectie in nieuwe doosjes gaan.

Een nieuwe dakbedekking is in bestelling.

Medisch carousel

Er is voor alles een eerste keer. Dat geldt ook voor mijn introductie tot de nationale gezondheidszorg.

Na lang gedubd te hebben over weinig samenhangende en ook weinig betekenende symptomen die ik ervoer (allemaal hoogstwaarschijnlijk terug te voeren op het algemene begrip ‘ouder worden’), nam ik een tijdje geleden de stap om me te wenden tot de daarvoor opgeleide mensen — de medici.

Een eerste ronde met mijn huisarts leidde niet tot een conclusie. Medici noemen een conclusie trouwens een diagnose.

Bij ontstentenis daarvan word je dus als zorgconsument doorverwezen naar de volgende fase van gezondheidszorg: de specialist.

Mijn eerste afspraak met een in de interne geneeskunde gespecialiseerde arts, ging niet helemaal zoals het moest; ik was een dag te laat. Dat gebeurt als je geen agenda voert en een vrij zorgeloos bestaan leidt.

Op de tweede afspraak was ik goed voorbereid — niet alleen liet ik mij er 24 uur eerder door een app aan herinneren, ik had ook al wat van mijn symptomen op papier gezet. Ik had dus alle antwoorden paraat, voor het geval dat.

De arts bleek een jonge vrouw te zijn die over een (zeker voor een medicus van het stempel dat ik ken) uitgesproken mate van empathie beschikte. Zoals heden ten dage gebruikelijk tikte zij mijn antwoorden op haar vragen in hoog tempo in een computer. Toch verloor zij weinig oogcontact, wat weer niet erg modern is. Ik denk dat ze goed is in haar werk. De bazen krijgen veel op papier & de patiënten aandacht. Dat heet ook wel het beste van twee werelden, maar daar heb ik niet zoveel verstand van als van grafische vormgeving.

Het onderzoek ging na een uitgebreide vraag-en-antwoord sessie over naar iets meer fysieks. Luisteren naar diep zuchten met een stethoscoop, kloppen op weke plekken, enzo meer. Dat liet ik dus maar gebeuren.

Zij had kort geknipt, krullend bruin haar, grote ogen en een ranke hals. Als ik dertig jaar jonger was geweest (of 25, wat maakt het uit), was ik met haar gaan flirten. Maar vijfentwintig jaar geleden (en ook 30) was ik meer gesteld op blond en/of rood.

Zo verkeert het.

Na het onderzoek ging ik nog op een speurtocht door het ziekenhuis (A25, D15, het had ook Battleship kunnen zijn!) en werden er een hartfilmpje en een longfoto gemaakt. Waarom een filmpje met zuignappen gaat en een foto met een grote plaat werd me niet duidelijk. Wel dat er veel aardige mensen in het ziekenhuis werken.

Maar dat ik ze aardig vond kon er ook mee te maken hebben dat ik beleefd en vriendelijk tegen ze was. Volgens mij komt dat niet vaak genoeg voor. Het helpt wel bij het intermenselijk verkeer, denk ik.

Over een tijdje word ik gebeld door de interniste over de resultaten van de onderzoeken, misschien is er zelfs een diagnose! Daar verheug ik me nu al op — niet op de diagnose, maar op het telefoontje. Maar ik vraag me wel af hoe het zit met de plas die ik nog zou moeten inleveren. Denkelijk komt daarover nog een schrijven met instructies. De zorg is in ons land zeker administratief goed geregeld. En ik betaal trouwens zelf al deze onderzoeken. Dat heet eigen risico.