Back to the sixties

Leave a comment
Persoonlijk

Dinsdagochtend moest ik naar mijn tandarts om hechtingen te laten verwijderen. De zon scheen, ik ging op de fiets. Het was rond half tien en er was nauwelijks verkeer op de wegen naar de praktijk. Ik zag mijn buurman lopen met zijn twee honden. Ik zwaaide, hij ook. Ik zag Pieter van PostNL die een grote doos in de armen had. Hij riep ‘Bertus!’. Ik zwaaide naar hem.

Op de terugweg moest ik nog meer omrijden dan op de heenweg (men is bezig met een Kop & dat gaat nog jaren duren), maar het was nog steeds heel rustig. Ik zag vlak bij huis mijn buurvrouw fietsen. Zij zag mij niet. Ik probeerde te bellen, maar de fietsbel stokte en ze hoorde me niet.

Ik fietste voor het eerst met mijn Airpods in, luisterend naar Bonnie ‘Prince’ Billy. Door de ruisonderdrukking hoorde ik de enkele auto die me inhaalde amper.

Het deed me allemaal heel erg denken aan de jaren zestig. (Die Airpods niet, natuurlijk.)

PS. Dit is een post uit maart 2020 die op de een of andere wijze niet op dit blog beland is…

1917

Leave a comment
Persoonlijk

Memo voor mezelf: niet een film kijken waarover veel bericht werd aangaande de zogezegd knappe uitwerking met ‘ééééén lááánge take’. Al waar je dan op let zijn de mogelijke overgangen, omdat je weet dat het dus niet één take is.

PS: Dit is een post uit maart 2020 die op de een of andere wijze niet op mijn blog beland is…

AZ

Leave a comment
Persoonlijk

Dus… heb ik vrijdag jongstleden de wekker gezet om op tijd te zijn voor een afspraak op mijn huisartsenpraktijk. Wat bij mij altijd betekent dat ik twee uur voor de wekker (Siri, dus) gaat, al halfwakker lig te woelen en dus volkomen brak opsta om alsnog iets te laat te zijn.

Aldaar staan er, mijzelf meegerekend, vijf mensen buiten — in wat toch echt wel een nipte ochtend is. Een man, duidelijk ruim onder de leeftijdgrens van de doelgroep van voor vaccinatie in aanmerking komende zestigplussers bungelend, is in discussie met een in volle IC-uitrusting geklede medewerkster over de mogelijke repercussies van een injectie. Maar hij staat niet op de lijst en taait na vijf minuten nodeloos gebazel af, de overige wachtenden (!) toebijtend dat hij ‘hoopt’ dat we niet dood gaan aan trombose, wat mij de reactie ontlokt dat hij echt normaal moet doen. Meestal ben ik gevatter, maar het was vroeg.

Even later mocht ik naar binnen en werd de mij al zo bekende wachtruimte ingeleid (ik ben al ruim veertig jaar ingeschreven bij de praktijken die dit pand gebruik(t)en). Van een van de drie bemonddoekte dames krijg ik de instructie om ‘daar in die hoek’ te gaan zitten. Inmiddels wel gevat, antwoord ik dat uit mijn vroege jeugd te herkennen, het in de hoek moeten zitten. (Ik loog hier, want dat is me maar één keer overkomen — een jeugdtrauma). Mijn grapje breekt het ijs.

Dat is maar goed ook, want de situatie is verder ernstig. Er is een pandemie gaande! Terwijl de professionele zorgverleners doende zijn om injectiespuiten te vullen — ik neem aan met het vaccin — wacht ik manmoedig af wat er gaat gebeuren. En dat is dat er opeens een in wit geklede fee naast me zit die me terloops een naald in mijn rechter bovenarm steekt. De eerste naald in heel mijn leven die ik niet voel! Het kan ermee te maken hebben dat ik de andere kant opkeek & in mijn hoofd bezig was om iets gevats te bedenken voor ná de prik, maar toch… ik voel niet veel. Maar het duurt wel lang… Na een halve eeuwigheid trekt de fee, die nu wat minder op een fee lijkt, maar nog wel steeds een heel knappe jonge vrouw blijkt te zijn, de naald uit mijn biceps en plakt er voorzichtig een pleistertje op (want er kwam toch druppel bloed uit — de schat).

Nu moet ik nog een kwartiertje wachten om te zien of ik niet onmiddellijk dood ga aan de prik. Om de tijd te doden (sic, zou een redacteur er nu bij zetten) stel ik wat slimme vragen aan de zorgverleensters (weer geen man te zien! wat zegt dat over onze maatschappij?) & aangezien het ijs al gebroken was, levert dat belangrijke informatie op: de alpha-dame vertelde me, nadat ze na een korte episode elders was zonder mondkapje terugkwam en dat mondkapje — oeps— weer voordeed, dat ze al gevaccineerd was. Jaaah, hallo, zei ik, geen reden om geen mondkapje voor te doen, want misschien wel besmettelijk… Ik kreeg gelijk, dus fijn voor mij. En het bleek dat per half uur tien mensen uitgenodigd waren, de hele vrijdag en de halve woensdag daarvoor gereserveerd waren, en mijn uitzonderlijke wiskundige talent dat extrapoleerde tot maximaal 250 vaccinaties per week… Waarna ik een beetje minder gerust in Hugo de Jonges beleid na mijn kwartiertje wachten weer naar huis kuierde.

Om na een verder redelijk rustige vrijdag en vroege zaterdagochtend rond half drie diezelfde zaterdag compleet in te storten en mezelf later die dag rillend en klappertandend in mijn doorzweette bed af te vragen waarom ik me voor het eerst in vijftig jaar heb laten vaccineren. AstraZeneca! Solidariteit! Kudde immuniteit! Bullshit!

Op 2 juli weer. Yeah…

Honderd maanden

Leave a comment
Persoonlijk

Vandaag is het precies honderd maanden geleden dat mijn liefje doodging. En het is ook nog eens zaterdag (…). Niet dat zulks in deze tijden van corona veel uitmaakt — er hangt toch al een mist van inertie, wanhoop en doem over alles. Hoewel ik me niet eens zo vervelend voel als zou ‘moeten’; de dagen nu lijken best veel op de dagen vorig jaar. En het jaar daarvoor. Enzovoorts, tot 3045 dagen terug.

Ellen

Leave a comment
Kunstzaken / Persoonlijk

Het is donderdag, wat mij betreft de eerste echt herfstige dag dit jaar.
Gisteravond nasr het theater geweest. De eerste keer dit jaar. Gezien/ervaren een voorstelling van Ellen ten Damme en haar band. Ambience: een grote zaal met flink verspreid tafeltjes met elk twee stoelen en een waxinelichtje.

Het was geweldig.
Maar onder ‘normale’ omstandigheden was het fantastisch geweest. Dus.

TENET

Leave a comment
In en uit de media / Persoonlijk

Die titel MOET in hoofdletters.

Het was een vreemde ervaring om voor het eerst sinds lang een bioscoop te bezoeken. En dan ook nog de film ‘TENET’ zien in een zaaltje dat ik helemaal voor mijzelf had. Dat gaf mij de kans om de pauze flink in te korten (dat kan op verzoek).

Ik ga niets over de film schrijven. Misschien over een week, of over een maand. Of volgend jaar. Maakt niet uit — ik vul deze post aan, verander desnoods de vorige zinnen; het zal er uitzien of het zo had moeten zijn.