Andermaal een ‘verhuisdag’. Die liep gesmeerd; het lijkt wel of ik het inmiddels onder de knie heb: op tijd op, douchen, spullen inpakken, naar het station, kaartje uit een automaat halen met een QR-code (daar had ik trouwens wel hulp bij), platform van de trein vinden, stoel in de trein idem dito (vandaag stoel 2A in de Green Car van de Kanzai Airport Express), op KIX (het vliegveld dat voor de kust bij Osaka ligt) de route naar de shuttle bus zonder haperingen of omwegen bewandelen, na die rit de check-in bij Peach Air afhandelen, door de security zonder gedoe, een coldbrew drinken bij de gate (sando erbij), als eerste de gate door (want stoel 13C!), als eerste de trap op de Airbus in, na twee uur die heel vlot voorbij gingen, op Sapporo New Chitose Airport geland, heel lang moeten wachten op mijn koffer, afgedaald naar het vertrekpunt van de trein naar Sapporo Station, eindeloos op dat station door gangen lopen naar de metro die me nagenoeg voor de entree van Susokino Granbell Hotel afleverde, aldaar inchecken en de toeristenbelasting betalen, in mijn redelijk ruime kamer op de vierde verdieping (5F) uitpuffen, het nieuws van de laatste dagen inhalen, twee blogposts schrijven & tot het besef komen dat de alcohol van de avond ervoor geen desastreuze gevolgen heeft gehad. Zo’n dag was het.
Het is trouwens lekker fris in Sapporo, een graad of zes is het nu. De weersverwachting voor morgen 4—16 graden, zonnig, geen neerslag. Lekker.
Het was inmiddels alweer de vierde woensdag in Japan. Na goed geslapen te hebben ging een flink deel van de ochtend teloor aan het plannen en boeken van de rest van de reis. Begin van de middag pakte ik de metro noordwaarts en bracht een kort bezoek aan het Kyoto Museum of Arts & Crafts. Kort omdat het een bescheiden gebeuren was, gewijd aan de 74 crafts die in Kyoto beleden worden. Bescheiden, maar heel interessant.
Het was niet ver lopen naar het Kyoto Kyocera Museum of Art, gevestigd in een karakteristiek oud gebouw (dertiger jaren…), waar ik een combi-kaartje kocht voor twee van de drie exposities die er te zien waren.
Het interessantst was de overzichtstentoonstelling van Yamaga Seika, een lokale textielkunstenaar, die een eigen draai aan brokaatweven gegeven had. In een flink aantal zalen was veel te zien. Opmerkelijk was een van zijn eerste werken, waarmee hij in de jaren 1920 zijn naam vestigde: een heel erg gedetailleerde en grappige dwarsdoorsnede van een Dutch Ship. Helaas was het wandkleed verloren gegaan, maar de ontwerptekening gelukkig niet. In de details had de kunstenaar zich duidelijk uitgeleefd.
De tweede expositie die ik bezocht was gewijd aan het ontstaan van het museum, dus de bouw ervan en ook wat er in de beginjaren tentoongesteld werd.
Op de terugweg naar mijn hotel zag ik dit — op de een of andere manier zit er vaak iets poëtisch in het contrast dat je in Japan vaak ziet tussen oud/traditioneel en nieuw/modern. Het geeft trouwens ook te denken dat de eigenaar van de auto er dermate zot mee is dat hij of zij er een deel van de woning aan opgeofferd heeft.
Na een uurtje of anderhalf op mijn hotelkamer trok ik andermaal noordwaarts. Ik had Daniël gevraagd een Kobe beef restaurant uit te zoeken, zodat hij die ervaring ook kon meemaken. Het restaurant vond ik na enig speuren; het lag namelijk op de zevende verdieping (F8) van een in veiligheidsdoek gewikkeld gebouw. We kwamen eigenlijk op de bonnefooi, rond zeven uur, zonder reservering, en het bleek dat er geen plek was. Gelukkig wel om half negen, dus deden Daniël en ik even een drankje in een British Pub om de hoek. En dat was het moment waarop voor mij een einde kwam aan 17 weken en 1 dag zonder alcohol: ik dronk een IPA. Met alcohol.
Eenmaal gezeten aan de teppanyaki-tafel van Kobe Beef Kisshokichi Kyoto Main Branch begon het feest. We bestelden een drankje (chardonnay voor D, een Japanse single malt whiskey voor mij…) en Chateaubriand. Voordat het vlees op de planche ging werd het aan ons gepresenteerd — met naar ik vermoed de oorkonde van oorsprong en kwaliteit — waarna de chef er zijn kunsten mee ging vertonen.
En een show was het zeker. Met vlammen, veel gedoe met een scherp mes en theatrale gebaren, uiteindelijk resulterend in een geweldig maal met heel erg lekker vlees dat smolt op de tong.
Tegen tien uur, na nog een ijs en cheesecake toetje als afsluiter, namen we na het voldoen van de rekening, begeleid door heel veel buigen door de gastvrouw, de lift naar de begane grond. En besloten nog een afzakkertje te nemen in British Pub HUB, de zaak waar ik eerder die avond een lange nuchtere periode had afgesloten. Nu het schaap over de dam was, het hek van het schip, of hoe dat gezegde ook mag luiden, werd het nog behoorlijk laat en behoorlijk ‘nat’. Ik denk dat er nog drie of vier biertjes op tafel kwamen. Misschien dat het aan de alcohol lag, ik denk het niet, maar we hadden een heel goed en diep gesprek. Mooi dat je na een paar dagen samen optrekken dat kunt. Ons laatste drankje was een Guinness (ik won de G-challenge) en toen we die ophadden konden we nog net een bus richting station pakken. In Kyoto ligt het OV na middernacht plat.
Bij de busstop nam ik afscheid van Daniël, die de volgende dag naar het zuiden zou gaan, terwijl ik Sapporo, op het noordelijke eiland Hokkaido, ging aankoersen.
Vandaag zijn we op een berg geweest, hebben we aan de oever van een meer gezeten, over hoofden gelopen en heel veel gelopen. De dag begon in de buurt van Daniëls hostel, bij 8 black birds café, een coffee bar (natuurlijk), waar we afgesproken hadden. De day trip begon vervolgens echt op Shichijo Station, voor de eerste etappe per trein.
Over dit fenomeen — dat verslaafd zijn aan mobieltjes — zou ik een hele verhandeling kunnen schrijven, maar dat gaan we maar niet doen. Misschien hadden ze allemaal een goede reden?
Awel, ik had mijn iPhone ook nodig om de trip te plannen, dus. Na twee treinritten arriveerden we bij het station van Eizen Cable. De Eizen Cable Car bracht ons een flink end hoger, waar we na een korte wandeling het beginpunt van de Eizan Ropeway bereikten. Die kabelbaan zette ons vervolgens af vlakbij de top van Mount Hiei.
Daar ging er dus iets mis. Of moet ik zeggen: daar gingen we de mist in. Een klim naar de top veranderde in een tocht rondom de berg, waarbij we over erg steile paden liepen en bijna niemand tegen kwamen; ook weer eens fijn na alle drukte van de steden tot nu toe.
Hoe hoger en verder we kwamen, hoe dichter de mist werd die behoorlijk sneaky vanuit het dal de berg opgekropen was. Dit deel van de berg bleek een showroom van tempels…
Toch weer tempels! Maar wel in een fantastisch decor. Met wat moeite en na een erg lange hike bereikten we bij het boven-station van Enryakuji Cable, waar we net een vertrek gemist bekeken te hebben. Een half uur later vertrokken we alsnog naar het benedenstation, waarbij de mist gestaag minder werd.
In Sakamoto aangekomen kreeg ik de achteraf onzalige behoefte om naar de oever van Lake Biwa te lopen. Dat bleek nog behoorlijk ver te zijn en na er in een rechte lijn naartoe gelopen te zijn, bleek het uitzicht weinig spectaculair.
Maar ik kon weer wat afvinken en Daniël was er sportief onder. Als we maar vrij vlot wat gingen eten, dat wel. Deden we dus op het station Hieizan-Sakamoto: sap en zoetigheid. En een versgebakken pizzaatje. Het was hierna weer wachten op de trein, maar dat gaf ook gelegenheid tot uitbuiken…
De volgende etappe werd Gion, een buurt in Kyoto die veel toeristen op hun bucketlijst hebben staan. Voordat we die verkenden dronken we eerst koffie in een tentje die ik tijdens mijn reis vorig jaar bezocht had. Daniël was niet te spreken over de flat white, maar mijn iced latte was okay.
Na Gion liepen we westwaarts en hebben een tijdje aan de oever van de Kamogawa gezeten, luisterend naar een Japanse busker. Iets verderop doken we de eindeloze passages van de winkelbuurt Kawaramachi in, waar al snel bleek dat het contrast tussen de rust op Mount Hiei en de drukte van de stad misschien iets te groot was.
Het begon donker te worden en we besloten de excursie te beëindigen en namen een bus die Daniël in de buurt van zijn hostel afzette en mij met een bocht om Tokyo Station in de buurt van mijn hotel bracht. Met wat koele blikjes AV-bier in de tas kwam ik rond zes uur op mijn kamer, waar ik met enig schuldgevoel, want te laat, nog een verslag over gisteren schreef en toen ook deze bijdrage. Morgen gaan we het even rustig aan doen. Op dit moment heb ik nog geen idee wat de woensdag gaat brengen, maar dat zal op deze site wel weer wereldkundig gemaakt worden.
Maandag de negentiende. Daniël en ik hadden afgesproken bij een coffee bar die hij al eerder getest had: coffee tales, niet ver van mijn hotel, waardoor het niet echt een ding was om mijn bagage al mee te nemen. Na koffie en wat te eten (ja, ik heb weer een ontbijt gehad!) nam ik de metro naar Shin-Kobe, het station waarvandaan de bullet-trains vertrekken (en aankomen, natuurlijk). Daniël ging via zijn hostel lopend. Ik heb geprobeerd hem dat uit het hoofd te praten, maar sportman is sportman, dus hij ging te voet.
Gek genoeg kwam hij niet eens veel later dan ik aan. In ieder geval nog ruim op tijd voor vertrek van de gereserveerde Nozomi die om 12:16 zou vertrekken; ik had de e-tickets al paraat. Helaas had ik die tickets per abuis voor vertrek een week later gereserveerd, waardoor we wat oponthoud kregen. Ik kon het redelijk snel fixen, met een heeeeeel kleine boete voor deze gaffe. Zo vertrokken we met 14 minuten vertraging om 12:30 en kwamen we om 12:59 aan op Kyoto Station. Daar dropten we onze bagage bij Hotel Briller en liepen rechtstreeks naar een coffee bar die ik vorig jaar al getest had: the lower east nine café kyoto, waar de koffie ook goed smaakte.
Na dit intermezzo liepen we terug naar mijn hotel om Daniëls bagage op te pikken en gingen we naar zijn hostel, dat aan de andere kant van het station lag. Onderweg bleek dat Daniël stiekem een zaak in Japan had geopend.
Nadat Daniël zijn bagage had gedropt bij zijn hostel liepen we noordwaarts richting de Bukko-ji Temple, met de gedachte dat je in Kyoto toch minstens één tempel gezien moet hebben. Nu had ik deze al gezien, maar ik had ook als snode reden juist deze te bezoeken, dat er een leuke winkel op het tempelterrein was. Dat heet een win-win situatie. Na het bidden en de winkel bekijken liepen we weer eens richting zuiden, want de middag was al flink opgeschoten.
Daniël bleek nóg een zaak in Kyoto te hebben, waarvan hij niet verteld had. Wat trouwens niemand ons verteld had, maar ik had kunnen weten, is dat Kyoto heel erg uitgestrekt is en de afstanden navenant groot. De stappentellers hadden alweer een limiet bereikt en ook mijn uithoudingsvermogen. Dus gingen we elk naar ons verblijf met de afspraak om op dinsdag een day trip naar een berg noordoostelijk van Kyoto te maken.
Omdat de verhouding schoon en niet-schoon goed erg in het nadeel van de eerste was geraakt, moest de was gedaan worden. Zoals in de meeste hotels beschikt Briller over een ruimte waar wasmachines en drogers staan die door de gasten gebruikt kunnen worden. Wel tegen betaling, wat een van de redenen is dat ik vrij fanatiek honderd-yen-munten verzameld had. En daarvan had ik er heel wat nodig, want de god van de wasmachines was mij niet goed gezind. Een wasbeurt duurt dertig minuten. Ik gooide mijn was in het apparaat, dropte drie munten van honderd yen in de gleuf en ging op mijn kamer wachten tot de was geklaard was. Na terugkomst bleek van niet; de was was kletsnat en leek niet echt schoon. Foutcode op de display! Hulp erbij halen — de dame van de balie frummelde wat, verving een houder met vloeibaar wasmiddel, trok de stekker eruit & deed die er weer in, en gaaf met gebaren aan dat het nu wel goed zou gaan. Drie munten in de gleuf & terug naar mijn kamer…
Dertig minuten later hetzelfde verhaal: foutcode 777. En nog steeds geen schone was. Gelukkig was de tweede machine inmiddels beschikbaar en die wou natuurlijk weer drie munten hebben. Het liep inmiddels tegen half negen, maar ik had er fiducie in dat ik genoeg geofferd had aan de wasmachinegod. Weer een half uur later bleek dat waarempel het geval: de was was gewassen. Nu nog drogen. Honderd yen voor een half uur. Uit eerdere ervaring wist ik dat een half uur volkomen ontoereikend was voor een lading natte katoen en dat bleek ook het geval. Twee uur en 400 yen later was het wasgoed nog een beetje vochtig, maar mijn geduld helemaal op. Ik heb de t-shirts, shorts, polo’s en sokken op strategische plekken in mijn hotelkamer gedrapeerd en opgehangen en ben naar bed gegaan.
Dat het vandaag zondag is? Geen idee, eigenlijk. In Kobe, op straat en ook op de andere plekken waar ik vandaag was, leek het net zo druk als op andere dagen op andere plekken in dit land. De dag begon niet al te laat, want Daniël en ik hadden met Sascha afgesproken in een van zijn favoriete coffeebars, rond half tien. D kwam mij ophalen bij mijn hotel, want dat lag voor hem toch op de route. Het was mijn fout, nou ja, ongewild gemaakt, dat we eerst naar het tweede tentje op Sascha’s shortlist gingen, want ik had online gezien dat het eerste gesloten zou zijn. Zoals zo vaak had het internet het fout; Coffee LABO Frank was wel open. Na terugkoppeling met S zijn we na een kort bezoekje aan LIMA COFFEE naar het LABO gewandeld en ontmoetten we daar Sascha, die blijkbaar na vier maanden Japan al goed ingeburgerd was, want hij zat al aan de thee en at een wafelgerecht dat er heel lekker uitzag en kletste met de barista. Dat gerecht hebben D en ik toen ook voorgeschoteld gekregen. De koffie was ook heel goed.
Omdat ik bij LABO had beloofd dat we terug zouden komen, moesten we daar ook nog koffie gaan drinken, natuurlijk… Misschien iets te veel caffeïne in totaal voor mij, maar tja.
Min of meer omdat ik al heel lang niet in een kabelbaan was geweest, zijn we toen naar de Kobe Nunobiki Herb Garden Ropeway gelopen, waarvan het begin naast het Shin-Kobe station ligt. Onderweg kon ik natuurlijk dit fotomoment niet laten lopen:
Eer ropeway is letterlijk vertaald een kabelbaan. Deze ropeway was dan ook een kabelbaan, gemaakt naar Oostenrijks ontwerp. Enkel de sneeuw ontbrak nog weer mijn wintersportgevoel te krijgen van twintig, vijfentwintig jaar geleden, toen ik wel eens ging skiën in Tirol.
Boven aangekomen leek het trouwens of er een ontdooid stukje Oostenrijk of Beieren nagebouwd was, maar die beelden zal ik jullie besparen. Het uitzicht daarentegen… waanzinnig.
Omdat we een retourtje voor de kabelbaan hadden zijn we niet helemaal naar bendeden gewandeld, maar halverwege na wat in de rij staan weer in een wiebelige cabine gestapt en naar het beginpunt teruggegaan.
Qau lopen, dus stappen, hebben we eigenlijk teveel gedaan. Want we zijn zo ongeveer vanaf de buurt waar de coffee bars liggen, Minatomotomachi, naar Shin-Kobe gelopen en vervolgens met een kronkel weer bijna helemaal terug om uiteindelijk in de Motomachi III passage in een sushirestaurant te belanden. Dat werd dus een heel late lunch, of heel vroeg diner zo men wil, maar het smaakte prima. D won als het ging om aantal schoteltjes, maar mijn toetje was lekkerder dan de zijne. S was weer zeer bescheiden en deed niet mee in de rangorde.
Na dit maal namen we afscheid van Sascha en zijn D en ik naar onze respectievelijke thuisbasissen gegaan om nu toch eens echt goed uit te rusten en ons voor te bereiden op de move naar Kyoto, morgen. Ik heb vandaag bijna zeventienduizend stappen op de teller gekregen, maar Daniël zeker iets van duizend maar. Dus dat heeft–ie dan wel weer gewonnen.
Men beweert dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is. lariekoek, vind ik. Ik doe gewoonlijk niet aan ontbijt. Dat kan ook komen omdat ik dik een decennium geleden begon met intermittent fasting, een leefwijze waarbij je maar een beperkt aantal uren per dag voedsel tot je mag nemen. Dan moet je natuurlijk kiezen voor ontbijt, lunch of diner. En aangezien ik toch al niet graag vroeg opsta, was de keuze makkelijk: begin van de avond eten en dat was dat.
Maar het Benesse Art Hotel bood ook een aantal interessante opties qua eten: twee restaurants, een op Franse leest geschoeid en een Japans. Bij het reserveren een paar weken geleden bleek de mogelijkheid te bestaan om een echt Japans ontbijt te bestellen. En dat ik heb ik toen maar gedaan.
Wat achteraf heel slim van mij was, omdat dineren op de dag van aankomst weer niet kon: volgeboekt. Geen probleem voor mij. Wel een probleem: het vroeg opstaan. Ik wou het niet te laat maken om nog wat tijd over te houden voor rondkijken, dus de wekker om half negen gezet en al snel nadien op pad naar het hoofdgebouw, een kwartiertje lopen ‘down the road’ (niet echt, het was op het laatste stuk flink klimmen).
Het Japanse restaurant was dus in het museum. De maaltijd zag er beeldig uit en smaakte ook voortreffelijk: rauwe vis, gegrilde vis, tofu, pickles, een bonensaladetje, omelet, wat rettich en zo. Daarbij een klein glaasje heel speciaal sap, ook een kom erg lekkere boekweitthee. En natuurlijk rijst en kombu. Iets later werd er nog een sortering gestoomde groeten met een stukje kip gebracht, met een lekkere saus plus zout van het eiland. Alsof dit nog niet genoeg was als afsluiter koffie en een schijfje meloen waarvan ik het type en de naam niet onthouden heb.
Na dit copieuze gebeuren heb ik nog wat in het museum rondgekeken. Bij daglicht toch weer een heel andere ervaring dan in het donker. Deze meneer liep er ook rond & hem had ik al op zeker drie andere momenten en plekken eerder gezien.
Terug naar mijn vertrekpunt van de ochtend. Dit is de hotelvleugel van Benesse Park. Mijn kamer was op de onderste rij ergens in de buurt van die vrijstaande betonnen kolom. Dat glazen ding op de voorgrond is een kunstwerk waar ik niets van begreep en dat me ook niets deed, van binnen niet en van buiten ook niet. Het had misschien iets te maken met stilte. Binnen, met de schuifdeur dicht, hoorde je niks.
Nee, dan dit: een pompoen van YayoiKusama, gevierd kunstenaar in heel de wereld, maar vooral in Japan. Ze is nog niet zo lang geleden overleden. Mensen zijn dol op haar beelden. Ook hier, op een pier in de Seto Sea.
Nadere bestudering leerde mij dat de stippen met de hand geschilderd waren.
En ja hoor, ook bij de haven stond er eentje! Hier gefotografeerd vanuit de veerboot. Want ik moest wel weer verder, of zoals we in Twente zeggen ‘vedân’.
Dit gevaarte ging ook mee.
Vanuit Uno nam ik de trein naar Okayama (een keer overstappen) en van daaruit de Shinkansen naar Kobe. In die trein zat er een oudere dame, piepklein, maar erg pienter, naast me en die ging met me praten. Dat werd dus een moeilijk gesprek, want mijn Japans is beperkt tot zes, zeven woorden, dus snapte ik niets van wat mij verteld werd. Noch wist ik te antwoorden op wat ongetwijfeld vragen waren.
Met enige opluchting verliet ik de trein op station Shin-Kobe. De dame bleef zitten; ik geloof begrepen te hebben dat ze naar Osaka ging… Ik ging naar het Takenaka Carpentry Tools Museum. Daar was ik vorige jaar ook geweest, maar ik had een goede reden voor een weerzien: een expo over George Nakashima, een befaamde Japans-Amerikaanse meubelmaker. Ook leuk aan dit museum (alles is er trouwens leuk): er is een werkplaats waar je mag pielen met hout. Leuk voor jong en oud.
Ik heb er toch weer flink wat tijd doorgebracht, wat boeken gekocht, even in de lounge in de tuin gezeten (groene thee spons-cake voor 200 Yen!), en ben vervolgens teruggelopen naar het station.
Door wat ongelukkige input in de routeplanner kwam ik in de verkeerde wijk uit de metro. Zoeken, zoeken, zoeken naar het hotel: het tekentje en mijn bolletje kwamen steeds weer bij elkaar, maar geen hotel te bekennen. Na iets te veel van dat soort momenten werd het me duidelijk en een hernieuwde zoekopdracht leverde wel een correcte route op. Dus twee stations terug met de metro, en een korte wandeling later arriveerde ik bij Hotel the b kobe, waar mijn koffer, twee dagen eerder in Okayama verzonden, al voor mij klaarstond.
Na wat uitgerust te hebben en het zweet van de dag afgespoeld, ging ik naar de plek waar ik met Daniël (ja, die was nu ook in Japan!) afgesproken had. Ik was te vroeg, hij was op tijd. En had honger. We hebben een serieuze expeditie ondernomen om tot een gerichte keuze te komen qua soort maaltijd en ook qua gelegenheid. Zo belandden we in een yakatori-tentje, waar we van een een prima maaltijd genoten hebben. Veel van de houtskool-grill, maar ook wat rijst, dus variatie!
Na de maaltijd hebben we ons nog in het nachtleven van Sannomyia gestort… Grapje! We hebben de buurt verkend, een ijsje gehaald en nog wat drankjes gedaan op een terras. En even na tienen gingen we braaf elk ons weegs. Daniël terug naar zijn hostel, ik naar mijn b in kobe (ja, dat verzin je niet, Bert in Kobe), waar ik, rond kwart over twaalf dit verhaal aan het afronden ben. Net niet de deadline van zaterdag 17 oktober gehaald, maar het is wel af.