Met de bus naar Nagasaki

Persoonlijk

Het zal wel dwangmatig van me zijn, maar ik wil tijdens zo’n reis als deze zoveel mogelijk vervoermiddelen gebruiken. Tot vandaag, de achtste oktober, waren dat trein (Enschede–Schiphol), vliegtuig, taxi, stadsbus, monorail, en regiotrein. Om in Nagasaki te geraken komt daarbij: ondergrondse en expressbus.

Even na negen opgestaan in Fukuoka; na een vlotte rit in de metro al even voor tien op het busstation in Hanaka, terwijl mijn bus pas om 10:46 vertrok. Geen probleem, er viel genoeg te observeren. Zo was er een westerse generatiegenoot van me (type korte broek en rugzak, wild haar) die blijkbaar het verkeerde ticket had. Hij sloeg zich overdreven hard voor het hoofd en spurtte naar een kaartjesautomaat om even later weer in de rij aan te sluiten.

De busreis duurde pakweg tweeëneenhalf uur, kostte een fractie meer dan 17 euro (!) en op een tweede opstaphalte in Fukuoka na, stopte de bus enkel aan het eind, even voor en in Nagasaki twee maal heel kort.

Volgens Maps was het een 20 minuten lopen naar mijn hotel, deels bergop. Had ik geen zin in met alle bagage die ik bij me had, dus ik nam een taxi. En dat ging dus even goed mis. De rit was niet lang, de chauffeur echter een heel nerveus mannetje. Ergens op een drukke straat stopte hij abrupt, gebaarde dat ik er was en moest ik snel betalen (1070 yen…) en mijn bagage uit de kofferbak halen. En weg was-tie alweer. Ik stond voor de ingang van zo’n typisch Japanse passage & hier bleek de ingang van mijn hotel, Forza Nagasaki (leuke naam, had een voetbalclub kunnen zijn), zich te bevinden. Ik mocht zelfs al inchecken, terwijl het nog geen twee uur was!
Bleek dat ik mijn iPhone in de taxi had laten liggen. In alle commotie kats vergeten. Gelukkig bood een vriendelijke juffrouw hulp. Ik wist me nog te herinneren dat de taxi wit en rood was, zij belde het taxibedrijf en waarempel: de iPhone was boven water. De chauffeur zou hem afleveren op de plek waar hij mij afgezet had.
Zo gebeurde, dat wil zeggen dat het mannetje er heel opgewonden over deed toen hij stopte en wild gebarend mij de iPhone aanreikte, zonder dat ik begreep wat hij bedoelde. Ik wou nog een foto maken (had immers de iPhone weer), maar hij was alweer weggescheurd.
Opgelucht ging ik naar mijn kamer op de tiende verdieping (in Nederland de negende verdieping), om na wat spullen uitgepakt te hebben te beseffen dat ik mijn gele tasje kwijt was. Die bleek nog in de lobby op een bankje te liggen, gelukkig. Er is vast een mooi treffend spreekwoord voor wat er gebeurd was, maar liefst vergat ik deze episode. Iets dergelijks is me trouwens vorig jaar ook in Tokyo bij aankomst gebeurd (lees hierover op deze site!).

Met mijn hele hebben en houden weer compleet, trok ik erop uit. Dieper de passage in, waar bleek dat ook de dwarswegen weer passages waren. Met allerlei soorten winkels en gelegenheden.

Ik had online een specialty coffee gelegenheid gevonden en die was niet ver weg. Nagasaki is een heuvelachtig gebeuren en heeft een heel speciale vibe. Ook hier is het weer opvallend dat Japanners zich zo goed kleden. Vooral wat wij omaatjes zouden noemen blinken uit in geraffineerde, unieke en smaakvolle combinaties. Ik zal proberen er wat foto’s van te verzamelen, alhoewel ik wel moeite heb om mensen ongevraagd vast te leggen.

Kariomons Coffee bleek een erg leuke en goede te zijn. Helaas geen gebak (was het al op?), maar ik dronk een lekkere iced latte en vervolgens nog een americano. En waarachtig raakte ik in gesprek met de barista’s en een klant. Nota bene dat het niet vaak voorkomt dat een Japanner én redelijk engels spreekt én dat durft te doen. Nu dus wel. Het meisje rechts op de foto vertelde in ons gesprek (over koffie natuurlijk) dat een collega van hen sinds maart in Rotterdam woont en daar bij een roastery werkt. !!!

Ik was helemaal blij na deze gebeurtenis. Beloofde nog om naar hun roastery vlakbij Peace Park te gaan, een dezer dagen, en vertrok richting Dejima Museum, terwijl me een ‘dankjewel’ in zuiver Nederlands nageroepen werd.

Dejima was een kunstmatig aangelegd eilandje in de haven van Nagasaki dat een paar eeuwen lang de enige handelspost in Japan was waar officiëel handel gedreven werd met het westen. En uitdrukkelijk enkel Portugal en later Nederland. Er moest trouwens wel huur in klinkend zilver betaald worden aan de handelslieden van Nagasaki die de aanleg bekostigd hadden. Vertaald naar nu een miljoen euro per jaar. Blijkbaar kon het uit, want de VOC heeft kapitalen verdiend aan de handel met Japan.

Van het oorspronkelijke Dejima is niet veel over, maar de laatste decennia is op de originele lokatie een reconstructie gebouwd, die een goed beeld geeft van ‘vroeger’.

Ik ben gek op dit soort plekken. Ook omdat je met een andere bril naar de je al bekende geschiedenis gaat kijken. En leuke dingen leert. Zo zijn er best veel woorden in het Japans die een Nederlandse oorsprong hebben, en brachten de Ollanders ook typisch vermaak als biljarten naar Japan.

In de coffee bar was mij al verteld dat er al drie dagen een festival bezig was, waarbij onder meer draken rondgedragen worden. Tegenover Dejima waren twee terreinen ingericht met eetstalletjes, podiums en tenten met vreemde spelletjes.

Ik heb dat allemaal met verwondering bekeken en ben vervolgens richting hotel gewandeld. Onderweg, in en om de passages kwam ik meerdere groepen tegen in traditionele kleding, die allerlei vreemde capriolen uithaalde, waarbij hard getrommeld en “Haah!” geroepen werd (video op verzoek). En ik waagde me aan een serieuze maaltijd: ramen.

Was heel lekker. En een mooie afsluiting van de dag. In een Lawsons heb ik nog twee blikjes AV gehaald en die op mijn kamer gedronken terwijl ik de plaatjes voor dit blog uitzocht.

Morgen is het weer nog goed, dus ligt een buitenactiviteit voor de hand. Wat, weet ik nog niet.

Jaloers op een dode monnik

Persoonlijk

Woensdag 7 oktober. De eerste week zit erop. Het is de laatste dag in Fukuoka en die begon vervelend. Ik slaap in een APA Hotel en die zijn allemaal (het is een belachelijk grote keten en ze staan echt overal) een tikje gehorig. Dat is geen probleem omdat Japanners nog eerder doodgaan dan overlast veroorzaken, maar er logeren helaas ook buitenlandse toeristen die dat wel doen. Overlast veroorzaken bedoel ik, niet doodgaan, dus.

De nacht: buren die zo’n beetje de hele nacht schreeuwden, jammerden, huilden, met deuren sloegen en de badkamer in en uitgingen. Ik die net een uurtje of twee had geslapen en daardoor wakker werd en bleef, tot het tegen zes uur vanochtend wat rustiger werd en ik de slaap weer hervatte.

Zo begon de dag wat later dan bedoeld. Maar gelukkig wel met goede koffie. Ik bezocht dezelfde coffee bar als maandag. Een mooie koffie uit Tanzania (Acacia Hills) met een lekkere chocolate chip cookie. Hierna nog toast met avocado, en ik was die klote buren alweer bijna vergeten.

Doel van de middag was het Fukuoka Art Museum, gelegen achter het park waar ik al was geweest. Op weg ernaar toe viel me weer van allerlei op, waar ik niet te veel op in zal gaan, maar de Japanse omgang met geschenken is wel erg opmerkelijk. Wie bedenkt dat je negen rozen in een glazen kistje zou kunnen verpakken, met een gouden strik eromheen?

Wat ook opvallend is hier in Fukuoka? Er vliegen zeker twintig vliegtuigen per uur over de stad. Daar kijkt niemand van op. Japanners zijn giga-reizigers, ze kleppen het hele land af; familiebezoek, festivals, amusementsparken, zomaar tripjes en niet te vergeten bloesem en herfst en wat nog meer; dus die beschouwen de eventuele overlast gewoon als prijs die ze betalen voor wat ze graag doen. Denk ik.
Misschien dat Schiphol de mensen die last van het vliegtuiglawaai hebben gratis vluchten zou kunnen aanbieden? Het is maar een idee…

Het museum was een leuke. Niet te groot, mooie afwisseling tussen modern en oud. Natuurlijk standaard wel keramiek (negende-eeuws vaas uit China!). Het leukste vond ik de tekeningen van een monnik waar heel veel humor in zat. Zoals deze, genaamd ‘Sixteen Arhats’. Heel mooi los getekend; ik ben er stinkjaloers op.

Dit is de meester, Sengai Gibon. Hij leefde van 1750 tot 1837. En als hij nog zou leven, dan zou hij plenty royalties ontvangen, want de museumwinkel verkocht het een en ander met afbeeldingen van hem…

Ook een leuke, deze beeldengroep, modern, genaamd In and Out. Gemaakt door een kunstenaar die handig met de kettingzaag is (sorry voor de beroerde foto, mijn iPhone doet raar). Vraag me niet naar de naam…

En deze sumo-worstelaar maakte deel uit van een installatie met een diepere betekenis die me ontging, maar wat me niet ontging is dat-ie een verbandje om twee vingers van zijn rechterhand heeft.

Er was absoluut meer moois te zien. Werk van Anish Kapoor, een prachtige Rotko, een expo met video over een Ama-duikster, prachtige aquarellen en houtsnedes, teveel om te beschrijven.

Na nog wat verpozen te hebben aan de waterkant — het museum ligt naast een hele grote vijver waarvan een deel gebruikt werd om in bootjes in de vorm van een eend rond te paddelen, en waar omheen heel veel mensen aan het hardlopen waren — wandelde ik rond zonsondergang terug naar het hotel.

Morgen gaat de reis verder, naar Nagasaki. En hopelijk verloopt de nacht nu wat rustiger…

Fukuoka ligt in/op Kyushu

Persoonlijk

In of op? — altijd ingewikkeld als het om een eiland gaat dat ook nog eens een provincie of zoiets is. In elk geval is er iets buiten Fukuoka een nationaal museum, dat blijkbaar de jongste in de categorie is: het Kyushu National Museum gelegen aan de rand van Dazaifu, lang geleden het administrative centrum van Kyushu. Daar ging ik vandaag per trein naartoe.

Het is opvallend hoe correct men zich gedraagt in het openbaar vervoer, en trouwens ook op alle plekken in dit land. Niemand voert in bus of trein hardop een gesprek met de thuisbasis of luistert hoorbaar naar (rot)muziek en er wordt zeker niet geduwd bij in– en uitstappen. Integendeel, ik zie vaak dat mensen geholpen worden. Wat moet ik ervan zeggen? Het is één van de dingen waarom Japan me zo goed bevalt: men is er beschaafd in de omgang. (Dat gezegd hebbend, er zijn natuurlijk redenen waarom dit zo is. Iets om later op terug te komen.)

Dit dus: netjes in de rij bij een eetgelegenheid. Het plaatsje Dazaifu is ook buiten het toeristenseizoen redelijk druk.

Ik liep in iets van een dik kwartier naar het hogerop gelegen museum…

En die weg was echt steil op het laatst. In het museum bleek dat de weg ernaartoe per auto of bus meer gebruikt werd, er waren best veel mensen.

Tot mijn teleurstelling was de hoofdmoot van het gebouw niet toegankelijk, en dan ook nog het ‘echte’ kunstmuseum — er werd nog een paar weken gewerkt aan een nieuwe tentoonstelling. Maar de permanente tentoonstelling in de Cultural Exchange Exhibition Hall maakte veel goed. Er was veel te zien over de geschiedenis van Japan en de (culturele) uitwisseling met Azië en Europa.

Dat hondje is typisch. Een Chinees stukje aardewerk, terwijl de hond dat niet is. Ik bedoel Chinees, want het wijkt erg af van wat er toen in China aan honden rondliep (van die kleine mormels denk ik), en is eerder een jachthond uit het Westen. Intrigerend.

Ook leuk, maar misschien ook niet helemaal, gezien de bedenkingen die we nu hebben ten aanzien van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, is dat Hollanders van grote betekenis zijn geweest voor de ontwikkeling van wetenschap, techniek en meer in Japan, omdat zij in de tijd dat Japan zich nagenoeg afsloot van de buitenwereld, handel mochten drijven. Wel op voorwaarden, zoals dat ze het kunstmatige eiland Dejima (Nagasaki) niet mochten verlaten. Er lag een een hele mooie tekening in een vitrine die een goede indruk gaf van wat die westerlingen zo uitspookten op dat eiland. De foto is het begin ervan, met de fiere vlag.

Museum gezien, op naar een tempel, of in dit geval een shrine. Als je in Japan een klokhuis weggooit (nooit doen!) is de kans groot dat die een tempel of shrine raakt. De shrine die ik op terugweg naar Dazaifu bezocht was een hele mooie: de Tenmangu Shrine. Gewijd aan de geest van Sugawara Michizane (zoek maar op), die eeuwen later nog heel populair onder studenten is.

Ik heb natuurlijk ook honderd yen geofferd om een wens te laten vervullen…

De tuinen van het complex waren ook spectaculair, vond ik. De vele bezoekers waren blijkbaar niet zo onder de indruk; ze waren drukker met elkaar en het kopen van souvenirs.

Na de shrine heb ik nog een hele slicke koffiebar gevonden, waar ze zelfs op bestelling koffie branden. De iced latte was erg goed.

Terug in Fukuoka heb ik de Hanaka Port Tower bezocht. Dat was een flink eind lopen, maar ik was vergeten de optie ‘bus’ in de routeplanner aan te vinken, dus eigen schuld.
Een hoog uitzicht vind ik altijd leuk. Deze zeker. Je keek vanaf 70 meter hoogte (de hele toren was 100 meter hoog, maar het observatieplatform dus op 70) eindeloos ver over haven, zee, de twee steden (oorspronkelijk waren Hanaka en Fukuoka aparte steden, gescheiden door de rivier Naka), de bergen eromheen en fraaie wolkenpartijen. Het gebeuren was gratis en werd beheerd en bemenst door vrijwilligers, zonder uitzondering zeer vriendelijke, zeer bejaarde mannen en een enkele dame.

Het liep inmiddels tegen de avond en ik had alweer dik elfduizend stappen op de teller, dus terug naar de basis. Met de bus en het laatste stukje lopend door wat volgens mij de meest dure winkelbuurt van de stad was. Heb speciaal voor D nog foto’s gemaakt van de Apple Store (blijven privé…).

Dat was dus mijn zesde volle dag in Japan. De volgende etappe is nu in zoverre rond dat vervoer en hotel geregeld zijn.

Tweede etappe: Fukuoka

Persoonlijk

Maandag 5 oktober. Okinawa heb ik geen eer aangedaan, vrees ik. Aan de echte hoogtepunten ben ik niet toegekomen — stom, want ik had wel wat notities vooraf gemaakt op basis van aanbevelingen die ik online vond, maar niet echt een planning gemaakt. Waar nog bijkwam dat ik niet echt fit was toen ik arriveerde én me volkomen verkeken had op de klimatologische omstandigheden (tip: altijd voor het boeken van de vlucht kijken hoe het klimaat is op de plaats van bestemming).
Awel, wat gedaan is, enzovoorts. Misschien kom ik er nog een keertje, maar dan wel met een goede planning en niet aan het begin van de reis.

Behalve om te rusten heb ik de zondag ook gebruikt om wat vooruit te denken en het verblijf in één van de plaatsen waar ik écht naartoe wou, te regelen. Dat is op 17 oktober & de plek laat ik nog even in het midden. Voor ik op die plek beland staan er nog een paar andere op het lijstje. Nagasaki vooral. Om daar te komen had ik rechtstreeks vanuit Naha kunnen vliegen, maar uiteindelijk bleek het handiger om eerst naar Fukuoka te gaan.

Vanochtend nam ik een taxi naar het vliegveld, waar ik dus nog te vroeg was om in te checken. Dat duurde een kwartiertje en de security check eropvolgend was snel gepiept. Daarna anderhalf uur wachten bij de gate, maar ik mocht wel als eerste boarden omdat ik dit keer zo snugger was geweest een stoel in de nood-uitgangszones te kiezen: 13C. Extra beenruimte en aan het gangpad. Moet dan wel de nooddeur openmaken als het vliegtuig een noodlanding maakt en mensen helpen eruit te komen, maar dat lijkt me geen belemmering…

Na iets meer dan anderhalf uur na opstijgen landde de Airbus A320-200neo van Peach Air op het vliegveld van Fukuoka; de koffer was er snel en een taxi ook snel genomen. Er stond een heel erg grote delegatie stemmig geklede dames op me te wachten, maar ik deed even of mijn neus bloedde en liep er stiekem langs.

Het was tegen één uur toen ik bij het APA Hotel Fukuoka Tenjin Nishi afgezet werd. Koffer en rugzak in bewaring gegeven en vervolgens op zoek naar goede koffie. Die vond ik bij Shirouzu Coffee Roaster, niet ver van het hotel.

Toen ik vorig jar in Japan was (lees het blog! het staat hier ergens op deze site!) heb ik zo’n beetje geleefd op mooie koffiedrankjes en cheesecake. En die traditie zet ik dan ook voort:

Van de attracties waar mijn oog op was gevallen toen ik wat serieuzer aan het plannen was gegaan op zondag, lag het Fukuoka Castle Park op loopafstand van het koffietentje.
Tja, weer een kasteel-park zonder kasteel, maar het was een andere ervaring van in Naha. Vijf graden minder maakt veel uit.

Fukuoka is een van de grootste steden van Japan, maar heeft dan toch een aantal flinke lappen groen midden in de dichte bebouwing. Het leek er trouwens op dat het park ingericht werd voor een of ander festival, want ik liep bijvoorbeeld tegen een installatie van halfdoorzichtige grote opblaaseieren aan.

In het hele park waren mannen (geen vrouw daarbij gezien) aan het werk; ze deden onduidelijke dingen zoals zeulen met grote pvc-buizen en -fittingen, kleine paaltjes in de grond meppen, lijnen langs vestingsturen bevestigen, en zo meer. Ook stonden er stellages met projectoren en allerlei apparatuur.
Dat de werklui zich niet druk maakten over het al dan niet gestolen worden van hun spullen maakt dit plaatje wel duidelijk: in de buurt geen werkman, maar wel een hoop gereedschap en spullen ergens gedropt.

In het bezoekerscentrum een video gezien over het ontstaan van het kasteelcomplex (in 1607 begon men), nog een mini-aardbeien-cornetto uit een vending machine getrokken en eind van de middag naar mijn hotel gewandeld.
Inchecken? Check! Uitpakken? Check! Voetjes omhoog? Check! Oogjes even dicht? Ja, maar niet lang. Nog even met Madrid gesproken. Gedoucht en vervolgens voor het eerst (!) een avondmaal gegeten. Het is waar: ik had vanaf zondag voor vertrek niet echt iets gegeten, afgezien van dat bordje gebakken rijst met garnalen in Naha. Nu dus bewust sushi, want sushi. Een straatje verderop ligt dit restaurant, Kaitenzushi Fujimaru Daimyo (hun spelling) — een carrousel-restaurant, waar de bordjes sushi en andere hapjes aan je voorbij glijden en je pakt waar je zin in hebt, of de chef vraagt om iets voor je te maken. Ik heb tien schoteltjes gehad en elk was erg lekker, met als uitschieter de zoete krab. En het AV-biertje smaakte ook prima. Apart was dat er een behoorlijk dikke vrouw aan de bar zat die telkens twee van hetzelfde bestelde en dat dan tien keer (niet elke keer hetzelfde, dus) in de helft van de tijd die ik er was.

Na een uurtje stond ik alweer buiten; die tien maal twee sushi was wel mijn limiet. Een toetje in de vorm van een vanilleijs-sandwich kocht ik in een supermarkt, samen met wat fruit en een blikje Asahi Dry Zero. Het ijsje is op, het biertje wacht op me — moet dit blog afmaken!

Ik merk trouwens dat ik in een aardig ritme kom en het qua energie ook weer aankan. Goed nieuws, want morgen ga ik naar een museum, een uur reizen vanaf mijn lokatie.

Zondag, rustdag

Persoonlijk

Na de nagenoeg slapeloze nacht van vrijdag op zaterdag en de talloze ritjes in de monorail was ik toe aan wat rust. Ik boekte, in het hotel, na het opfrissen, een vlucht naar Fukuoka, voor maandag eind van de ochtend en na een Facetime-moment met de familie in Deventer viel ik al snel in een diepe slaap. Later, ik weet niet of het nog zaterdag was, of al zondag, heb ik nog wat gegeten en gedronken en vervolgens mijn bed weer opgezocht. En weer heel diep en lang geslapen.

Tot rust komen bleek nodig. Als ik maar doordender, breekt me dat uiteindelijk op. Daarom de beslissing genomen om van deze zondag een rustdag te maken. En dat ook gedaan. Dus veel en goed geslapen, het hoofd is weer wat rustiger. Heb de blogpost over zaterdag geschreven en gepost, een hotel in Fukuoka geboekt en zelfs wat voorzichtig gepland voor de etappe daarna.

Morgen is er weer een dag. Maandag, haha!

Monorail en geen kasteel

Persoonlijk

De nacht van vrijdag op zaterdag was een typische. Mijn hoofd maalde maar door. Niet alleen met het verwerken van de opgedane ervaringen, maar met van alles wat helemaal niets met deze reis te maken had; herinneringen aan vroeger, vooral de leuke; mijmeringen over problemen en hoe die op te lossen, vooral op het gebied van een badkamer verbouwen; een alomvattende theorie over hoe het geheugen van de wanden van zwarte gaten samenhangt met de menselijke ontwikkeling, quantum computing en bewustzijn — die ik trouwens al grotendeels vergeten ben; en nog veel meer dat me uit de slaap hield.

Al voor 10 uur (want uitchecken!) en met uiteindelijk iets van drie uur geslapen te hebben, dropte ik mijn bagage bij het ‘nieuwe’ hotel en liep naar het dichtstbijzijnde monorail-station van Yui Rail — één lijn met 19 haltes, van het vliegveld naar Tedako-Uranishi en terug.

Het station Omoromachi ligt pal naast een gigantisch winkelcentrum met shops van Prada, Louis Vuitton, et cetera. Ik nam de monorail naar het vermelde eindpunt. Dat leverde een aardig overzicht van de omgeving op: eindeloos veel gebouwen, tot bijna aan de horizon, aan beide kanten. En aan die horizon was nog net een strook zee te zien. Okinawa is een smal eiland.

Op het eindpunt beland leek het me tijd een bestemming te bedenken. Wat bleek? Niet ver weg was Shurijo Castle Park, een paar haltes terug. Het kasteel was het paleis van het Ryukyu-koninkrijk tussen 1429 en 1879, het jaar waarin Okinawa bij Japan kwam te horen.

De weg ernaartoe vanaf Shuri Station was duidelijk aangegeven en niet al te steil. Dat werd eenmaal in het park anders: de vestigingswanden en de toegangswegen waren natuurlijk ooit bedoeld om het belagers zo moeilijk mogelijk te maken en daar hebben toeristen nu nog last van. Het was echt klimmen…

En toch de moeite waard om het park te bekijken. Tussen het puffen door, dat wel.

Het kasteel zelf? Niets van over. Al snel nadat de koninklijke familie het verliet, viel het in verval en wat er nog van over was werd in de slag om Okinawa aan puin geschoten. Na de oorlog gebruikten de Amerikanen het terrein als hoofdkwartier en dergelijke en pas veel later werden de bastions zo goed mogelijk hersteld en het geheel een Unesco Heritage Site.

Geen kasteel dus, maar wel een tempel en wat andere gebouwen, waar veel toeristen de koelte opzochten. Dat deed ik dus ook. In het bezoekerscentrum kocht ik een souvenir-handdoekje om het zweet een beetje op te wissen en zocht op mijn iPhone naar een koffietentje (zoekterm ‘Specialty coffee’). Niet ver van het bezoekerscentrum vond ik Rokkan Coffee Shuri, een kwartiertje lopen bergaf (!).

Onderweg weer veel typisch Japans gezien en gefotografeerd, zoals deze Memphis-stijl-achtige betonnen woning.

Het koffietentje bleek een fikse koffietent. Met een hippe man achter de counter, een grote sortering aan koffiebonen, lekkere dingen en een Loring-brander in de hoek

Ik moest er even op wachten, maar de latte (flat white stond niet op het menu…) met een Colombiaanse Peach was voortreffelijk en de Breakfast Toast lekker. Ik heb er veel foto’s gemaakt (studiemateriaal!) en ben na deze late lunch naar het dichtstbijzijnde monorail-station (Shuri) gelopen. De mono bracht me naar het vliegveld, het eindpunt dus. Dat wou ik even zien omdat het bij mijn aankomst donker was, maar vooral omdat er heel veel tieners in de mono die kant opgingen. Duidelijk niet met de bedoeling te gaan vliegen, want geen bagage, wat de vraag opriep waarom?

Het antwoord is dat het vliegveld van Naha eigenlijk een gigantisch winkelcentrum is, van waaruit je ook het vliegtuig kunt pakken. Duh.

Terug in de mono. En nu uitgestapt nabij het winkel- en uitgaanshart van Naha. Op Kokusai Street genoot ik van een aardbeiensmoothie en genoot wat minder van de hustle en bustle.

Eind van de middag stond de teller wel bijna op nul en ben ik teruggegaan naar het hotel. Eerst een stukje met de mono (wie goed geteld heeft, weet dat dit de vijfde rit was) en toen nog bijna twee kilometer te voet. Bij een konbini nog wat te drinken en eten gehaald, ingecheckt, gedoucht en gaan liggen.

Mijn dag was dus monorail en geen kasteel. En veel.