In of op? — altijd ingewikkeld als het om een eiland gaat dat ook nog eens een provincie of zoiets is. In elk geval is er iets buiten Fukuoka een nationaal museum, dat blijkbaar de jongste in de categorie is: het Kyushu National Museum gelegen aan de rand van Dazaifu, lang geleden het administrative centrum van Kyushu. Daar ging ik vandaag per trein naartoe.

Het is opvallend hoe correct men zich gedraagt in het openbaar vervoer, en trouwens ook op alle plekken in dit land. Niemand voert in bus of trein hardop een gesprek met de thuisbasis of luistert hoorbaar naar (rot)muziek en er wordt zeker niet geduwd bij in– en uitstappen. Integendeel, ik zie vaak dat mensen geholpen worden. Wat moet ik ervan zeggen? Het is één van de dingen waarom Japan me zo goed bevalt: men is er beschaafd in de omgang. (Dat gezegd hebbend, er zijn natuurlijk redenen waarom dit zo is. Iets om later op terug te komen.)

Dit dus: netjes in de rij bij een eetgelegenheid. Het plaatsje Dazaifu is ook buiten het toeristenseizoen redelijk druk.
Ik liep in iets van een dik kwartier naar het hogerop gelegen museum…

En die weg was echt steil op het laatst. In het museum bleek dat de weg ernaartoe per auto of bus meer gebruikt werd, er waren best veel mensen.

Tot mijn teleurstelling was de hoofdmoot van het gebouw niet toegankelijk, en dan ook nog het ‘echte’ kunstmuseum — er werd nog een paar weken gewerkt aan een nieuwe tentoonstelling. Maar de permanente tentoonstelling in de Cultural Exchange Exhibition Hall maakte veel goed. Er was veel te zien over de geschiedenis van Japan en de (culturele) uitwisseling met Azië en Europa.


Dat hondje is typisch. Een Chinees stukje aardewerk, terwijl de hond dat niet is. Ik bedoel Chinees, want het wijkt erg af van wat er toen in China aan honden rondliep (van die kleine mormels denk ik), en is eerder een jachthond uit het Westen. Intrigerend.
Ook leuk, maar misschien ook niet helemaal, gezien de bedenkingen die we nu hebben ten aanzien van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, is dat Hollanders van grote betekenis zijn geweest voor de ontwikkeling van wetenschap, techniek en meer in Japan, omdat zij in de tijd dat Japan zich nagenoeg afsloot van de buitenwereld, handel mochten drijven. Wel op voorwaarden, zoals dat ze het kunstmatige eiland Dejima (Nagasaki) niet mochten verlaten. Er lag een een hele mooie tekening in een vitrine die een goede indruk gaf van wat die westerlingen zo uitspookten op dat eiland. De foto is het begin ervan, met de fiere vlag.
Museum gezien, op naar een tempel, of in dit geval een shrine. Als je in Japan een klokhuis weggooit (nooit doen!) is de kans groot dat die een tempel of shrine raakt. De shrine die ik op terugweg naar Dazaifu bezocht was een hele mooie: de Tenmangu Shrine. Gewijd aan de geest van Sugawara Michizane (zoek maar op), die eeuwen later nog heel populair onder studenten is.

Ik heb natuurlijk ook honderd yen geofferd om een wens te laten vervullen…
De tuinen van het complex waren ook spectaculair, vond ik. De vele bezoekers waren blijkbaar niet zo onder de indruk; ze waren drukker met elkaar en het kopen van souvenirs.

Na de shrine heb ik nog een hele slicke koffiebar gevonden, waar ze zelfs op bestelling koffie branden. De iced latte was erg goed.

Terug in Fukuoka heb ik de Hanaka Port Tower bezocht. Dat was een flink eind lopen, maar ik was vergeten de optie ‘bus’ in de routeplanner aan te vinken, dus eigen schuld.
Een hoog uitzicht vind ik altijd leuk. Deze zeker. Je keek vanaf 70 meter hoogte (de hele toren was 100 meter hoog, maar het observatieplatform dus op 70) eindeloos ver over haven, zee, de twee steden (oorspronkelijk waren Hanaka en Fukuoka aparte steden, gescheiden door de rivier Naka), de bergen eromheen en fraaie wolkenpartijen. Het gebeuren was gratis en werd beheerd en bemenst door vrijwilligers, zonder uitzondering zeer vriendelijke, zeer bejaarde mannen en een enkele dame.

Het liep inmiddels tegen de avond en ik had alweer dik elfduizend stappen op de teller, dus terug naar de basis. Met de bus en het laatste stukje lopend door wat volgens mij de meest dure winkelbuurt van de stad was. Heb speciaal voor D nog foto’s gemaakt van de Apple Store (blijven privé…).

Dat was dus mijn zesde volle dag in Japan. De volgende etappe is nu in zoverre rond dat vervoer en hotel geregeld zijn.





































