Niet roeren

Je hebt het vast wel eens meegemaakt: de pan met soep die niet op raakt en in de koelkast belandt. Waar je pas heel veel later weer aan denkt (omdat je net als ik twee koelkasten hebt en die ene nauwelijks gebruikt), die pan eruit haalt en op het aanrecht zet om te bekijken hoe erg het ermee gesteld is.

Je tilt het deksel op en het ziet er niet al te beroerd uit. Wat vreemde vlekken aan de oppervlakte — een oppervlakte die een misschien wat ongewone structuur heeft. Zou het meevallen?

Met een lepel druk je op dat vreemde vel, prikt erdoorheen. Had je niet moeten doen, want een weeë, misselijkmakende geur stijgt op uit de poel die in de pan een thuis heeft gevonden.

Bij het wegspoelen van wat ooit een lekkere paprikasoep was probeer je zo oppervlakkig mogelijk adem te halen. Pas als de pan helemaal uitgeschrobd is, met kokend water nagespoeld, durf je weer normaal adem te halen. En neem je je voor het nooit meer zover te laten komen. Met soep.

Die pan met bedorven soep is als het verdriet waarmee je probeert te leven. Zolang je er niet in roert gaat het goed. En dat betekent dat je ook voor anderen het deksel niet moet lichten. Want dan gaat het mis. Nog steeds.