Clichées

Tussen leven en dood zit nauwelijks iets. Een ader die knapt, een cel die ongecontroleerd gaat delen, een glinstering van de zon in een ooghoek van een chauffeur, een projectiel dat afketst, een malloot met een bomvest, er zijn ontzettend veel banale manieren om van leven dood te maken.

Dat is ook wat het zo moeilijk maakt om te aanvaarden dat iemand er niet meer is. De reden is triviaal, de oorzaak ligt buiten dat wat je kunt beheersen. Het is een vorm van willekeur die maakt dat je wel moet twijfelen aan de zin van alles.

Het is vreemd dat het noodlot, als je dat zo mag noemen, zo kort opeen meermaals op mijn deur klopt. Maar is dat wel zo vreemd? Uit de wetenschap weten we dat een kans niet meer dan dat is, dat het gezegde dat de bliksem nooit twee keer op dezelfde plek inslaat, onzin is. Waarom zou iets ellendigs niet twee, drie keer of zelfs nog vaker binnen korte tijd kunnen gebeuren?

Pech. Gewoonweg pech. Of, zoals ik de laatste maanden al heel vaak gezegd heb, shit happens.

Een heleboel clichées, dat wel.