Zes jaar en een beetje

Zaterdag was het zes jaar geleden dat Miep overleed. Zes jaar en twee dagen daarvoor kregen we ‘verkering’.
Zaterdag had ik niet veel zin om erover te bloggen. Zes jaar is zes jaar. Maar zes jaar en twee dagen is iets anders. Ik bedacht dat ik dan maar op die tweede dag iets moest…
Dat is niet gebeurd, afgelopen maandag. Want in die zes jaar en twee dagen voor Mieps dood was er een schrikkeljaar — dinsdag was dus de mijlpaal, dacht ik (de 2193–ste dag, voor wie het precies wil weten).
Wat me weer aan het twijfelen bracht is het feit dat er in de afgelopen zes jaar twee schrikkeljaren waren.
Nu weet ik het niet meer. Wat eerst een mooi idee was is nu ontkracht. Ik had me aan de eerste opzet moeten houden & op maandag moeten posten.

Te laat.

 

Origami

Als je in Japan bent, als westerling, wordt je contact met Japanners beperkt door de taalbarrière — jij, nou ja: ik, spreekt niet veel Japans; en de gewone Japanner niets anders dan dat.

Het was dan ook opmerkelijk dat toen ik nog geen twee weken geleden met mijn vriend K in Kyoto in een park zat bij te komen van een heftige middag (warm, broeierig, cloisonné), wij in gesprek raakten met een gepensioneerde kaasmaker uit Osaka. Hij ging bij ons op een bankje zitten alwaar K en ik zaten te luisteren naar een opmerkelijke muzikant (een heel ander verhaal) en vroeg ons in niet al te erbarmelijk Engels waar we vandaan kwamen. Na onze antwoorden gehoord te hebben, die wat uitleg behoefden, maar dit terzijde, dook hij in de tas die hij bij zich had en toverde triomfantelijk twee ansichtkaarten tevoorschijn. Eentje van Genève, een stad nabij de woonplaats van K, en eentje van de tulpenvelden van de Keukenhof — een kilometer of 170 westelijk van mijn woonplaats, maar toch…

Achteraf heb ik natuurlijk bedacht dat de tas van de goede man heel veel ansichtkaarten bevat moet hebben, maar op het moment zelf was het niet alleen opmerkelijk, maar ook vertederend.

Na dit magische moment zaten we alle drie even verzonken in overpijnzingen die er verder niet toe doen, totdat de kaasmaker (gepensioneerd) een velletje papier uit zijn tas toverde en daarmee ging vouwen. Luttele tellen later had ik een groene pauw in mijn handen. En K even later eenzelfde object. Vervolgens haalde de man nog een papieren schildpad (maar het was ook de helm van een samurai, was zijn uitleg) uit zijn tas, die hij mij vervolgens aanbood.

Ik accepteerde die, natuurlijk. En deed het in mijn pasjes-houder, in het vakje waarin ook twee foto’s van Miep resideren.

Terug in Nederland staat de pauw voor mijn rechterelleboog op mijn computertafel. De schildpad ben ik kwijt.

 

Rondje Miep

Het was al weer een tijd geleden dat ik naar Mieps graf was geweest, en dat zat me dwars. Vaak nam ik me voor te gaan, maar er kwam altijd iets tussen (aanhalingstekens plaatsen naar eigen inzicht).

Vandaag dus een rondje gedaan. Rondje omdat ik ook haar huisje in het bos aandeed. Daar was ik al zeker vier jaar niet geweest, vooral omdat het me naar de keel greep als ik er naartoe ging (tikje dramatische uitdrukking, maar het is letterlijk zo).
Ik ben eromheen gelopen; de luiken waren dicht, het exterieur zag er goed uit, met uitzondering van dat ene luik achter, dat altijd verfblazen vertoonde en nog vertoont. Heb toch even naar binnen gegluurd — er stonden van die ‘overbodige’ meubels, die niet echt bij elkaar pasten; wat voor een vakantiehuisje natuurlijk moet mogen kunnen.
De nieuwe eigenaar had een nieuwe schuur gebouwd op dezelfde plek als de oude, gammele van Miep; en ook een brandhoutopslag een stukje verderop, waar de schommel vroeger was. En er stond zo’n ronde trampoline in een buisconstructie waar kindertjes hun nek op kunnen breken.
Het viel me mee, qua gevoel dus.

Rond Mieps graf had mos het eindelijk gewonnen van al mijn pogingen middels laaggroeiers, kruipplanten, gemengd bloemzaad, etcetera, daar wat meer van te maken dan blote aarde. Aan beide zijden groeide het tot tegen de zerk. Het hoofdeinde was nog steeds begroeid met de vage planten die er al stonden voor de zerk geplaatst werd; die zal ik binnenkort eens wieden, zodat ook daar het mos zijn gang kan gaan.

Miep hield van mos.

Jeugdliefde

Vandaag staat in het magazine van de Volkskrant een hartverwarmend artikel over stellen die jaren, en zelfs decennia, na hun (verbroken) jeugdliefde elkaar weer vonden en nu samen heel gelukkig zijn.

Deed me eraan denken dat toen Miep en ik in onze eerste jaren op de kunstacademie veel met elkaar optrokken (en er was toen zeker geen sprake van een relatie — zij had immers een vriend & ik was wat in de war over mijn gevoelens jegens meerdere meisjes), we het er wel over eens waren dat het huwelijk een burgerlijk iets was waar wij ons nooit mee zouden inlaten. En spraken toen af dat we, als het dan toch moest, we wel met elkaar zouden trouwen en samen oud worden.

Dat hadden we later dus eigenlijk ook moeten doen, maar ja — trouwen is burgerlijk. Nog steeds. Om over oud worden maar te zwijgen.

Bram Vermeulen (RIP)

Testament

Als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij die bent vergeten.

En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet,
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.