Grafzerk

Ik stond zaterdagmiddag op de markt, had net radijs en rode bessen besteld bij Manon van de Groentebroertjes, toen ik gebeld werd door meester-steenhouwer Jan L. De grafzerk van Miep was voltooid. Die mededeling sloeg me even uit het lood omdat ik die ochtend over haar grafkist had gedroomd (een vrij macabere droom, waar Freud vast wel iets zinnigs over te zeggen zou hebben gehad), maar Jan was nog aan het vertellen dat-ie twee weken geleden de fundering had gestort en net de plaat had gelegd. Ik kon uit zijn verhaal opmaken dat hij twijfels had over de lettering, of die wel zichtbaar genoeg was. En toen ik aangaf dezelfde middag nog te gaan kijken, zei hij dat ik niet op stel en sprong hoefde te kijken. Zijn bezorgdheid herkende ik; hetzelfde heb ik ook altijd bij de presentatie van een ontwerp: je hebt je ziel en zaligheid in iets gestopt en weet niet of dat herkend wordt, laat staan gewaardeerd.

Nadat ik groente en fruit ingeslagen had, kocht ik lelies en liep naar huis. Ik moest denken aan iets waar Miep en ik wel eens over spraken: dat iets niet perfect hoefde te zijn, als het maar klopte. Daar waren we het beiden over eens (zoals we het over zoveel eens waren).

De grafzerk was zoals ik verwacht had: niet perfect, maar wel kloppend. Ik kon mijn emoties nog even blokken achter een fototoestel, maar moest natuurlijk weer vreselijk huilen. Heb de lelies achtergelaten en ben met dikke ogen naar huis gereden.