Opruimen

Dat viel behoorlijk tegen. Gisteren met vriendin A. naar Amsterdam gereden om in het huisje van Miep en mij de persoonlijke spullen van Miep op te halen. De rit ernaartoe ging vlot; A. vormde een prettige afleiding, we hadden het natuurlijk voornamelijk over dat meisje.

Ik was er al een hele tijd niet geweest — de laatste keer eind februari om een loodgieter wat dingen te laten doen. Miep was er veel vaker, meestal voor werk of overleg over werk. En dat was te merken: er lag een blocnote met notities op tafel, een hemdje voor de handwas in de emmer onder de gootsteen, een fotoboek dat ik nog niet kende… Ons bed was netjes opgemaakt. Er hing nog behoorlijk wat kleding van haar in de kast, en lagen wat shorts en sokken van mij in mijn ‘eigen’ laatje. Kaartjes en memorabila op de schoorsteen. Een tekening was gevallen. Het was al met al heel veel Miep en niet zoveel Bert.

Terwijl A. buiten de rozen snoeide, heb ik binnen zitten janken. Ik vond het zo erg voor Miep, dat haar leven voorbij is, dat al die dingen er nu niet meer toe doen.

A. en ik zijn na het inpakken van wat er meeging de Jordaan ingelopen, hebben wat gedronken bij Winkel, met die beroemde appeltaart erbij. Ik heb A. de brillenwinkel van Mieps Donald laten zien. We hebben gegeten bij Burger’s Patio, waar Miep en ik ook heel vaak aten.

En we reden, nog bij daglicht, terug naar Twente. De auto vol met spullen en toch geen opgeruimd gevoel.