August 2012
MonTueWedThuFriSatSun
« Jul Sep »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031 

Month August 2012

Dag 50 / Dag 56

Bij het opruimen van mijn e-mail kwam ik er één tegen waarin me een boek van Joan Didion aanbevolen werd: ‘The Year of Magical Thinking’. Het mooie van Internet en elektronica is dat je elke impuls, als het gaat om het kopen van een boek of zo, onmiddellijk kunt bevredigen.

Ik lees het nu. Didion beschrijft het jaar na de dood van haar man. Veel is herkenbaar. Zoals de neiging om tijd zo precies mogelijk te benoemen. Dat heb ik ook. Waarbij ik telkens weer tegen de klassieke kwestie van de ‘nulde dag’ oploop. Voorbeeld: het is vandaag zeven weken geleden dat Miep begraven is. Maar is dat dan ook 49 dagen geleden? Volgens mij niet — vrijdag 13 juli was Dag 1. En dat maakt vrijdag 31 augustus Dag 50. En Dag 56 als het om haar sterfdag gaat.

Als ik die getallen zo zie, zegt het me niks. Het kan net zo goed gisteren geweest zijn, of honderd jaar geleden. Maar ik moet het — bijna dwangmatig — wel steeds uitrekenen en benoemen.

Keuzes maken

Daar gaat het uiteindelijk altijd om. Gisteren was ik bij ‘mijn’ steenhouwer om te overleggen over de grafzerk van Miep. We liepen over het buitenterrein van zijn bedrijfspand en bekeken allerlei stukken al dan niet bewerkte natuursteen. De discussie die zich tussen ons ontspon ging vooral over de manier waarop bepaalde soorten steen zich houden als ze ouder worden, dus hoe ze verweren.

Ik ging naar hem toe met de gedachte dat het Belgisch hardsteen zou worden, maar hij draaide die voorkeur richting graniet — zwarte Impala, gezoet.
Met twee monsters reed ik naar Mieps huisje om de post op te halen & daarna naar haar laatste rustplaats, zoals dat zo mooi heet (tankte eerst bij de dorpssmid).

Ik heb het graf opgeruimd; de bloemen van mijn vaders grafstuk waren weggerot, de potjes lavendel verdord. Toen bestudeerde ik de twee monsters steen die ik op haar graf had gelegd. Het was niet overtuigend.

Weer in Enschede sprak ik erover met mijn vriend P., die een uitgesproken mening bleek te hebben over grafstenen. We bekeken een aantal alternatieven, middels plaatjes op het Internet, en ik neig nu toch meer naar Serpentino, een groene steen. Groen was natuurlijk wel haar kleur. Maar haar voorkeur was ook ‘simpel’ — ik twijfel erover of dat inhoudt dat het niet mag opvallen… Maar als ik daar even over nadenk, weet ik het antwoord daarop ook wel: opvallen mag.

Ik ga er nog even over nadenken, maar niet te lang. Serpentino klinkt momenteel goed.

Schier

Het is maandagavond, ik ben terug thuis van vier dagen Schiermonnikoog. Het eiland waar Miep en ik vaak waren, ook voor we een relatie kregen (en dan snappen jullie wel dat het toen niet samen was); de plek waar we acht dagen na het ‘begin’ naartoe gingen, het mooiste eiland van Nederland en omstreken.

Maar dit maal was het de eerste keer zonder Miep. Waardoor ik er met gemengde gevoelens naartoe ging. Wat niet helemaal klopte – die gemengde gevoelens kreeg ik pas echt na aankomst: van gelukkig zijn tot diep ellendig. Ik dacht namelijk dat het feit dat ik al drie decennia aan eilandherinneringen heb (met kinderen, met hun moeder erbij, danwel hun stiefmoeder, etc.), een tegenwicht zou vormen voor de meer recente bezoeken met Miep.

Dat was een stomme inschatting. Het minste en geringste dat gebeurde, maakte golven van emotie los. Het ergste moment was vandaag begin van de middag, toen ik met vriendinnen en honden op dat waanzinnig mooie strand liep, in de stralende zon, met een lekkere bries in de rug. Ik was ervan overtuigd dat ik over mijn schouder kijkend Miep zou zien, met wapperende haren en haar Persol-zonnebril op de neus, me toelachend, zoals ze altijd deed (ook op andere plekken); en het was natuurlijk niet zo. Ze is er niet meer. En dat hakt er steeds weer hard in.
De meiden hebben me getroost, hun honden stonden er wat bedrukt bij.

Toch was het fijn op Schier te zijn. En ik heb een verbrande kop en armen. Dat hoort erbij, bij Schier. (Miep had dus altijd zonnebrandcrème mee, of iets verzachtends als ik stoer bleef en niks opdeed.)

Schuldgevoel

Daar heb ik last van.

Toen ik ruim zes jaar geleden Miep weer tegenkwam (nb: we kenden elkaar vanaf anno 1974, augustus om precies te zijn, hoewel een vriend van me zeker weet dat Miep en ik op 12 mei van dat jaar naast elkaar zaten bij het toelatingsexamen van de kunstacademie) was ik bezig met de afwikkeling van een relatie die toen 14 jaar had geduurd. Hoe dat verder ging, schrijf ik nog wel eens op.

Kort gezegd: toen was mijn leven ‘klein’, in die zin dat ik bewust niet veel deed — ik had een dagelijkse routine die bestond uit vaste momenten, zonder al te veel inspanning en vooral: zonder al te veel stress. In simpele termen: een simpel bestaan.

Nu, zes jaar later, is dat niet wezenlijk anders. Ik leef van dag tot dag, in de zekerheid dat ik dat nog heel veel jaren kan doen. Maar… er is dat knagende gevoel dat mijn bestaan er niet echt toe doet, dat ik niet veel beteken. Terwijl mijn meisje, die nu al weer 47 dagen dood is, zoveel meer betekende voor de wereld. (Vul maar in hoe dat in elkaar zit.)

Wat zegt dat over de zin van alles? Niet veel. Heel weinig, zelfs. Ik voel me er behoorlijk schuldig over.

Mieps graf


Miep Jukkema – NH Begraafplaats Buurse weergeven op een grotere kaart