Category In en uit de media

Aan de redactie van Nu.nl

Gisteren mailde ik:

Grappig dat die meneer Sessions de vragen stelt — ik dacht eigenlijk dat hij ze moest beantwoorden…

De kop was:
Amerikaanse minister van Justitie Sessions ondervraagt in Ruslandonderzoek 

(Nederlands is een moeilijke taal: altijd maar weer die keuze tussen een d of een t.)

Een half uur later was de fout verbeterd. Maar een bedankje? Nope.

Overspel

Gisteren las ik in de Groene een interessant artikel over overspel en vreemdgaan, waarin het ging over het perspectief van Esther Perel, een vooraanstaande relatietherapeut en seksuoloog (NB hoe ik hier genderneutraal ben).

In de ruim dertig jaar dat ik relaties heb gehad ben ik één keer vreemdgegaan. Dat was toen ik drie–, vierentwintig jaar oud was en verkeerde met een vijf jaar oudere vrouw, moeder van een meisje van toen tien jaar. Die relatie heeft op de kop af 53 weken geduurd. En in die periode was vaak niet duidelijk wat de status quo ervan was.

Op een gegeven ogenblik kwam ik erachter dat mijn vriendin naast mij nog ‘omgang’ had met haar vroegere tennisleraar en een aan hard drugs verslaafd meisje. Achteraf denk ik dat ik me daar niet zo druk over maakte; ik was meer bezig met haar eerder geuite bewering dat je binnen een relatie ook ruimte moest hebben ‘voor anderen’.

Ik maakte het uit, tenminste — ik dacht dat ik het uitgemaakt had — en hing als vanouds avond na avond rond in de kroeg. Waar ik natuurlijk al snel een meisje ontmoette dat gevoelig was voor mijn weltschmerz, en vervolgens heel veel tijd met haar in bed doorbracht.

Dat was dus tegen het zere been van mijn ex (ik beschouwde haar als ex, maar…), die niet alleen als een vlammenspuwende furie me belaagde op alle plekken waar ik maar verkeerde, maar ook op alle mogelijke manieren me duidelijk probeerde te maken dat mijn idee van het eind van een relatie én het concept van ruimte voor anderen absoluut niet strookte met het hare.

Aangaande het meisje dat toen in de verdrukking geraakt kan ik alleen maar zeggen dat ik heel veel spijt heb over hoe het toen gegaan is. Met die vriendin heb ik het niet veel later definitief uitgemaakt. Alhoewel zij daar alweer een ander idee over had.

En de crux hiervan: vreemdgaan doe je als je relatie niet goed is. En als je relatie niet goed is, moet je niet vreemdgaan.

Engrenages à Paris

Geen gewone donderdag. Gisteren ervoer ik door een advertentie dat iemand waar ik vroeger behoorlijk veel mee omging, overleden is. Dat bepaalde mijn stemming de rest van de dag nogal.

Vandaag, na een week van relatieve indolentie, weer wat fysieke activiteit ondernomen. Wat gelijk een goed excuus is om naderhand tv te kijken. In dit geval de eerste aflevering van het zesde seizoen van de Franse serie Engrenages (op BBC4 vertaald als Spiral) — een woest realistische krimi die zich voornamelijk afspeelt in het noordoosten van Parijs. Juist — daar waar ik een vijftal jaren een paar weken per jaar verbleef.

Mijn oordeel over deze serie komt nog. De vorige vijf waren trouwens geweldig; ik heb duidelijk te veel vrije tijd besteed aan tv kijken, blijkt. (Let vooral op advocate Josephine, met haar rode manen en bleke huid!)

Jeugdliefde

Vandaag staat in het magazine van de Volkskrant een hartverwarmend artikel over stellen die jaren, en zelfs decennia, na hun (verbroken) jeugdliefde elkaar weer vonden en nu samen heel gelukkig zijn.

Deed me eraan denken dat toen Miep en ik in onze eerste jaren op de kunstacademie veel met elkaar optrokken (en er was toen zeker geen sprake van een relatie — zij had immers een vriend & ik was wat in de war over mijn gevoelens jegens meerdere meisjes), we het er wel over eens waren dat het huwelijk een burgerlijk iets was waar wij ons nooit mee zouden inlaten. En spraken toen af dat we, als het dan toch moest, we wel met elkaar zouden trouwen en samen oud worden.

Dat hadden we later dus eigenlijk ook moeten doen, maar ja — trouwen is burgerlijk. Nog steeds. Om over oud worden maar te zwijgen.

Real or Fake (US-version)

Als het een blokje van drie vijven — 555 — bevat, dan heeft u te maken met een fictief telefoonnummer. Of het nu gaat om een tekst op een billboard, een telefoonnummer in een advertentie of op een bedrijfswagen, een nummer dat doorgegeven wordt door een collega van de protagonist, en zo voorts, het is géén echt telefoonnummer.

Schijnbaar heeft men in de Amerikaanse film– en tv-industrie ooit, waarschijnlijk na een hoop gedoe, afgesproken geen echte telefoonnummers te gebruiken, maar uitsluitend nog telefoonnummers met 555 erin (— wat doet bevroeden dat die niet in gebruik zijn).

De reden is natuurlijk dan mensen dan niet zomaar telefoontjes krijgen. Wat te veel realiteit is, natuurlijk.

Voor zover ik weet doet men zoiets niet in ons land. Ik vermoed dat in Nederlandse films en series weergegeven telefoonnummers juíst echt zijn & dan met name toebehoren aan personen of instanties waar de mensen die de film of serie maken een hekel aan hebben.

En dat is dan wel echt echt.